Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD5474

Datum uitspraak2008-06-27
Datum gepubliceerd2008-06-27
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers43350
Statusgepubliceerd


Indicatie

Parkeerbelasting. Hof heeft stelling van belanghebbende ten onrechte onbehandeld gelaten.


Uitspraak

Nr. 43.350 27 juni 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 augustus 2006, nr. 05/00276, betreffende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting en kosten van vervolging. 1. Het geding in feitelijke instantie Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 22 mei 2004 te Q een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Hilversum opgelegd. Voorts zijn aan belanghebbende voor het verzenden van een aanmaning tot betaling van deze naheffingsaanslag kosten in rekening gebracht. De naheffingsaanslag en het bedrag aan kosten zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Hilversum gehandhaafd. Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, het bedrag aan kosten vernietigd, en de naheffingsaanslag gehandhaafd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 3. Beoordeling van de klachten 3.1. Belanghebbende herhaalt in zijn beroepschrift in cassatie zijn reeds voor het Hof ingenomen stelling dat ter plaatse onvoldoende duidelijk is aangegeven dat parkeerbelasting is verschuldigd. Het Hof had die stelling niet onbehandeld mogen laten, zoals het wel heeft gedaan. De daarop betrekking hebbende klacht slaagt derhalve. 3.2. De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3.3. Gelet op het overwogene onder 3.1 kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5. Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en gelast dat de gemeente Hilversum aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 105. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2008.